Voor de meeste artsen is het helpen van mensen de belangrijkste drijfveer om geneeskunde te studeren. Onder helpen – zo hebben we geleerd – wordt het wegnemen van de klacht, het oplossen van ziekten en bestrijden van symptomen verstaan. Dit is in veel acute gevallen heel relevant. Gelukkig gaan we steeds meer inzien dat bij chronische, vooral onverklaarde en onbeminde aandoeningen, het niet gaat om helpen en al helemaal niet om symptoombestrijding. In plaats van hulp is deze patiëntengroep pas echt geholpen met begeleiding naar het verhaal achter de klacht. Wat wil de klacht vertellen? Wat is de laag die hieronder ligt? Kan de patiënt überhaupt luisteren naar de klacht en het fysieke lichaam? Wanneer is de klacht begonnen en welke gebeurtenis en emoties zijn hieraan gekoppeld? Welk vastgeroest patroon of belemmerende overtuiging is geassocieerd aan de klacht?

Of, zoals bij het vakgebied maag-darm-leverziekten, wat ligt er zwaar op de maag? Wat is er onverteerbaar? Waarom heeft men een brok in de keel? Waarom of waardoor is iemand verzuurd of verbitterd geraakt? Wat heeft gezorgd voor een verharding? Wat wil er letterlijk uitgegooid worden? Wat is men spuugzat? 

Het verhaal achter de klacht wordt helder via de woorden van de patiënt. Door als arts de patiënt naar die woorden toe te begeleiden en goed te luisteren, kan er een heus transformatief proces in gang worden gezet met als resultaat begrip en eigenaarschap. Een klacht ontwikkelt zich dan in kracht en disease in at-ease. De mensen die kampen met dit type klachtenpatronen zijn, door wanhoop en frustratie, gezakt in slachtofferschap en mogen gaan inzien dat degene die in de weg staat naar verandering, zijzelf zijn. 

Juist in deze groep zal ‘het willen helpen’ leiden tot afhankelijkheid en het daardoor niet kunnen nemen van eigenaarschap. Optimaal voor dergelijk proces is begeleiding door de pijn heen, gebruikmakend van het fysieke lichaam als poort, zodat zichtbaar wordt wat er onder die pijn aan onderdrukte, onverwerkte emoties en trauma zit. Om dit vervolgens – ditmaal bewust en vanuit kracht – te doorleven. 

Als arts mogen we dan uiteraard eerst iets afleren wat we onszelf hebben aangeleerd, namelijk ‘het willen helpen’. Sterker nog, velen van ons lijden aan het ‘helperssyndroom’. Dit uiteraard ook weer uit een behoeftigheid in onszelf. Want ook wij zoeken naar erkenning en waardering. Ook wij willen gezien en gehoord worden. Mogelijk is dit een van de redenen, als we eerlijk naar onszelf durven kijken, waarom we daadwerkelijk arts zijn geworden. Terwijl een groots arts, een arts is die in een acute situatie de ander kan helpen en in chronische gevallen de exact juiste begeleiding weet te bieden. Dit alles niet vanuit behoeftigheid, maar vanuit kunde, vertrouwen en ervaring. Daar is – ook bij artsen – zelfzorg, zelfreflectie, persoonlijke ontwikkeling en bewustwording voor nodig. En daarnaast tijd en ruimte. Tijd en ruimte om te doorzien en te luisteren. 

Gelukkig zijn we ons hier veelal steeds meer bewust van. We gunnen onszelf toenemend het cadeau van persoonlijke ontwikkeling en zelfzorg. Een ‘must’ in dit vak. Eerst zuurstof bij jezelf toedienen, voordat je zuurstof bij de ander opdoet. Steeds meer nemen we de tijd in de wetenschap dat dit op langere termijn de zorg ten goede komt. Omdat het proces van een patiënt die bewustwording heeft gecreëerd op de ontstaanswijze van de chronische klacht en daardoor eigenaarschap over zijn lijf en leven kan nemen, vele malen effectiever en efficiënter is dan een patiënt die met een recept in zijn hand na een tien minuten consult, onwetend blijft en terugkerende klachten houdt. 

Op den duur resulteert deze visie in de chronische onverklaarde onbeminde zorg tot een meer compassievolle, effectieve en kostenbesparende zorg. Een verandering van ziekenzorg naar gezondheid. En de sleutel tot verandering is bewustwording. Bewustwording begint bij jezelf. 

Door Marieke Gielen, Maag-darm-leverarts

Kijk voor meer inspiratie op www.doktermarieke.nl